Wat zie jij op deze afbeelding?
Misschien zie je meteen een jonge vrouw. Misschien een oude vrouw. Kijk nog eens of je de andere ook kunt vinden. Soms helpt het als iemand aanwijst waar je moet kijken. Het beeld verandert ondertussen niet, maar wat jij erin herkent wel.
Dat vind ik interessant. Je kunt behoorlijk zeker zijn van wat je ziet, terwijl je een andere mogelijkheid nog helemaal niet hebt opgemerkt. Iemand die naast je zit, kan zich ondertussen afvragen hoe jij in vredesnaam een jonge vrouw ziet. Het is toch duidelijk een oude dame?
We hebben allebei gekeken. Daarmee hebben we elkaar nog niet begrepen.
Bij het bespreken van een verhaal in de klas kan iets vergelijkbaars gebeuren. Iedereen leest dezelfde woorden. Toch kunnen leerlingen andere details opmerken, andere verbanden leggen en iets anders denken over wat een personage bedoelt.
Wat gebeurt er wanneer een leerling met een uitleg komt die de leraar niet had verwacht? Gaan we dan onderzoeken hoe hij daarbij komt? Of zijn we vooral bezig hem naar het bedoelde antwoord te begeleiden?
Ergens in de handleiding staat tenslotte al hoe het zit.
Natuurlijk heeft de vergelijking met de afbeelding een grens. In het beeld zijn beide vrouwen te herkennen. Bij een verhaal moet je onderzoeken welke uitleg steun vindt in de tekst. Een leerling kan iets over het hoofd zien, een woord verkeerd begrijpen of zelf informatie toevoegen. Hij kan ook iets hebben opgemerkt waar jij nog niet aan had gedacht.
Precies daarom lijkt het me waardevol om bij een onverwacht antwoord even door te vragen. Wat heeft deze leerling gelezen? Wat vult hij zelf in? En wat neem ik als leraar eigenlijk aan?
Wat weten we eigenlijk?
Neem een verzonnen voorbeeld. In een verhaal vraagt een leraar aan een leerling om voor de klas iets te vertellen. De leerling kijkt naar zijn tafel en zegt niets. De leraar vraagt het nog een keer. Er komt opnieuw geen antwoord.
Wat is hier aan de hand?
Misschien denkt iemand dat de leerling niet heeft opgelet. Een ander denkt dat hij bang is om een fout te maken. Weer iemand anders vermoedt dat hij de vraag niet begrijpt. Of dat hij best weet wat hij wil zeggen, maar het op dat moment niet uit zijn mond krijgt.
We hebben dezelfde paar zinnen gelezen. Toch kunnen we heel verschillende verklaringen bedenken.
Wat we weten, is dat de leerling naar zijn tafel kijkt en geen antwoord geeft. Waarom hij dat doet, weten we op basis van dit fragment nog niet. Daarvoor hebben we meer informatie nodig.
Dat verschil lijkt klein, maar het maakt nogal uit voor wat je vervolgens doet. Als je denkt dat iemand niet wil, reageer je waarschijnlijk anders dan wanneer je denkt dat iemand vastloopt. En als je jouw eerste verklaring eenmaal hebt gekozen, hoe gemakkelijk sta je dan nog open voor een andere?
Voor je het weet hebben we het kind al besproken, begrepen en van een aanpak voorzien. Het kind zelf moet alleen nog even horen hoe het zit.
Hoe kom je bij dat antwoord?
Wat mij aanspreekt, is dat je zo’n verhaal kunt gebruiken om samen het denken te onderzoeken. Welke zin bracht een leerling op zijn idee? Welk detail viel hem op? Wat zou hij nog willen weten om te controleren of zijn uitleg klopt?
Daarmee kun je onderzoeken waar het verschil tussen antwoorden vandaan komt. Misschien heeft iemand een stukje tekst gemist. Misschien betekent een woord voor hem iets anders. Misschien doet de situatie hem denken aan iets wat hij zelf heeft meegemaakt. Of misschien heeft hij een aanwijzing gezien waar de rest overheen las.
Dat zijn verschillende mogelijkheden. Ze vragen ook om verschillende reacties van de leraar.
Een gemist detail kun je samen terugzoeken. Een onduidelijk woord kun je uitleggen. Een aanname kun je onderzoeken. En een goed onderbouwd perspectief dat afwijkt van jouw eigen uitleg, kun je serieus nemen.
Ik vind het belangrijk dat daar ruimte voor is. Als we te snel corrigeren, weten we misschien nog helemaal niet wat we aan het corrigeren zijn. Het antwoord kan onjuist zijn, maar de gedachte erachter kan je wel iets vertellen over wat een leerling begrijpt of nog nodig heeft.
Andersom hoeft een onverwacht antwoord geen fout te bevatten. Misschien stelt een leerling een logische vraag waar de tekst geen antwoord op geeft. Dan mag dat ook de uitkomst van het gesprek zijn: dit weten we nog niet.
Dat lijkt me voor volwassenen trouwens ook geen overbodige oefening.
Niet ieder antwoord klopt
Ruimte voor verschillende perspectieven betekent voor mij niet dat iedere uitleg even goed is. Je moet wel blijven kijken naar wat er werkelijk staat.
Als er in het verhaal staat dat iemand de deur dichtdeed omdat het koud was, kun je niet zonder verdere aanwijzingen vaststellen dat hij boos was. Misschien heb je een reden om dat te vermoeden. Dan kun je die onderzoeken. Maar je vermoeden is nog geen gegeven uit de tekst.
Juist dat onderscheid zou ik leerlingen willen laten oefenen. Wat weten we? Wat leiden we daaruit af? Wat vullen we zelf in? En welke vraag staat nog open?
Je kunt vervolgens ook bespreken wat er gebeurt wanneer er nieuwe informatie komt. Stel dat een volgende alinea duidelijk maakt waarom de leerling uit ons voorbeeld zweeg. Kun je dan je eerste uitleg bijstellen? Of blijf je zoeken naar redenen waarom je toch gelijk had?
Dat maakt een gesprek over een verhaal voor mij interessant. Je oefent met zorgvuldig lezen en krijgt tegelijk zicht op hoe je zelf tot een oordeel komt.
Van een verhaal naar de leerling naast je
Ik zie daar ook een verbinding met de omgang tussen leerlingen. Die verbinding ontstaat niet vanzelf doordat je een keer een verhaal bespreekt. Je zult haar samen moeten onderzoeken en ermee moeten oefenen.
Ook in een klas zien we gedrag en geven we daar betekenis aan. Iemand reageert kortaf. Iemand doet niet meteen mee. Iemand lacht op een moment waarop jij dat vreemd vindt.
Soms is de bedoeling duidelijk. Soms denken we vooral dat die duidelijk is.
Vanuit mijn ervaring met TOS vind ik de ruimte tussen een vraag en een antwoord belangrijk. Hoeveel betekenis geven we al aan een stilte? Hoelang wachten we voordat we besluiten dat iemand het niet weet, niet begrijpt of niet wil?
Ik zou willen dat leerlingen ook leren om hun eerste indruk te onderzoeken. Wat heb ik gezien? Wat denk ik dat het betekent? Heb ik dat gevraagd? En kreeg de ander voldoende ruimte om te antwoorden?
Daar hoort bij dat je kunt ontdekken dat jouw uitleg niet klopte. Misschien voelde je je genegeerd, terwijl de ander je niet had gehoord. Misschien dacht je dat iemand nergens aan wilde meewerken, terwijl hij niet begreep wat er van hem werd verwacht.
Dat maakt jouw eerste gevoel niet onbelangrijk. Het geeft wel aanleiding om nog eens te kijken naar de conclusie die je eraan verbond.
Ook betekent begrijpen niet dat alles vervolgens maar goed is. Als iemand een ander kwetst, mag je daar duidelijk over zijn. Je kunt een grens stellen en tegelijk onderzoeken hoe de situatie is ontstaan.
Hoeveel ruimte heeft de leraar voor een ander perspectief?
Voor mij raakt dit aan inclusief onderwijs. Als verschillende manieren van denken welkom zijn, moeten we bereid zijn die verschillen te onderzoeken zodra ze tijdens een les zichtbaar worden.
Dat vraagt iets van de leraar. Je moet soms verdragen dat een gesprek anders loopt dan je had voorbereid. Of erkennen dat een leerling een mogelijkheid ziet die jij zelf nog niet had bedacht.
Daarmee wordt jouw kennis niet minder waardevol. Juist die kennis helpt om samen zorgvuldig naar een tekst te kijken. Waar staat een aanwijzing? Welke uitleg past bij de rest van het verhaal? Wat wordt door de tekst tegengesproken?
Natuurlijk hoeft iedere les geen eindeloze discussie te worden. Leerlingen hebben uitleg nodig en moeten kennis opbouwen. Maar er zijn momenten waarop een extra vraag veel kan opleveren: hoe kom je daarbij?
Met die vraag geef je een leerling de kans zijn gedachte te onderzoeken en begrijpelijk te maken. De rest van de klas kan ondertussen horen hoe iemand anders tot een antwoord komt. Misschien verandert daardoor iets aan hun eigen uitleg. Misschien blijven ze het oneens, maar begrijpen ze beter waarom.
Daar zie ik persoonlijk leiderschap en begrip voor de ander bij elkaar komen. Je leert je eigen denken herkennen en je oefent om het denken van iemand anders serieus te nemen. Je hoeft je eigen oordeel niet zomaar op te geven. Je leert wel om het te onderzoeken.
Wat mij betreft verdient dat een plek in de gewone lessen. Een verhaal biedt daar al een aanleiding voor.
Bij de afbeelding van de twee vrouwen willen we meestal wel even zoeken wanneer iemand iets anders ziet. Die nieuwsgierigheid zou ik ook een leerling gunnen wanneer zijn uitleg ons verbaast.
Dus als een leerling de volgende keer iets heel anders uit een tekst haalt dan jij had verwacht, is er misschien een interessante vraag te stellen voordat je het antwoord corrigeert:
Welk stukje van zijn denken heb jij nog niet begrepen?
Verder lezen
Wil je verder kijken naar het bespreken van teksten en het begrijpen van verschillende perspectieven? Deze pagina’s sluiten aan bij de vragen in dit artikel:
SLO: met leerlingen praten over hoe zij teksten interpreteren
CASEL: jezelf en anderen leren begrijpen binnen sociaal-emotioneel leren
Afbeelding: W. E. Hill, My Wife and My Mother-in-Law, gepubliceerd in Puck op 6 november 1915. Afbeelding en brongegevens op Wikimedia Commons.


