Ik begon zelfverzekerd aan de opdracht.
Voor mij hingen vier dikke touwen die vanaf het plafond naar beneden kwamen. De docent had uitleg gegeven en daarbij naar het touw en het plafond gewezen.
“Ah,” dacht ik, “dat kan ik wel.”
Ik pakte het touw vast en begon te klimmen.
De eerste meters gingen goed. Hoe hoger ik kwam, hoe zwaarder het werd. Ik wilde niet laten zien dat ik er moeite mee had en ging door. Uiteindelijk kon ik het houten plafond net aanraken.
“Yes!”
Ik zakte rustig naar beneden, kwam met mijn voeten op de groene mat en liep trots terug naar het bankje.
Voor mij was de opdracht klaar.
Ik handelde vanuit een duidelijk beeld
Wanneer ik nu terugkijk op deze situatie, kan mijn gedrag best impulsief lijken.
De docent gaf uitleg. Ik begon aan de opdracht en voerde uit wat ik dacht dat de bedoeling was. Daarna liep ik terug naar mijn plek, terwijl de andere jongens doorgingen.
Misschien leek het alsof ik te snel was begonnen. Of alsof ik niet eerst goed had nagedacht.
Alleen voelde dat voor mij niet zo.
Ik had een duidelijk beeld van de opdracht. Ik moest in het touw klimmen, het plafond aanraken en weer naar beneden. Er was geen twijfel en ik had ook niet het gevoel dat ik iets moest controleren.
Waarom zou ik wachten als ik wist wat ik moest doen?
Wanneer begint impulsief gedrag eigenlijk?
Bij impulsiviteit denken we meestal aan wat iemand doet.
Een kind begint al met werken. Het pakt iets voordat de uitleg klaar is. Het voert een opdracht anders uit of stopt op een moment waarop het nog niet klaar is.
De reactie is dan al snel:
“Je moet eerst luisteren.”
“Denk nou eens na voordat je iets doet.”
“Waarom begin je altijd zo snel?”
Maar wat als het kind denkt dat het al geluisterd heeft?
Wat als de opdracht in zijn hoofd duidelijk en volledig is?
Dan begint het gedrag misschien niet bij te weinig nadenken. Misschien heeft het hoofd juist heel snel betekenis gemaakt van de woorden die wel binnenkwamen.
Bij mij waren dat waarschijnlijk het touw, het klimmen en het plafond.
Daar kon ik iets mee.
Mijn hoofd maakte er een opdracht van en ik ging handelen.
Mijn beeld voelde niet voorlopig
Volwassenen weten dat ze een uitleg verkeerd kunnen begrijpen. Daarom controleren ze soms wat er bedoeld wordt of kijken ze eerst hoe iemand anders begint.
Als kind deed ik dat niet.
Mijn beeld voelde niet als een mogelijke uitleg. Het voelde als de uitleg.
Ik dacht niet:
Misschien moet ik één keer klimmen.
Ik dacht:
Ik moet één keer klimmen.
Dat is een belangrijk verschil.
Wanneer iets onzeker voelt, kun je nog een vraag stellen. Je kunt wachten, kijken of opnieuw luisteren.
Wanneer iets zeker voelt, is daar geen reden voor.
Ik begon dus niet terwijl ik wist dat ik nog informatie miste. Ik begon omdat ik niet wist dat ik informatie miste.
De fout werd pas zichtbaar op het bankje
Tijdens het klimmen merkte ik niets.
Ook toen ik het plafond aanraakte en naar beneden ging, voelde er niets vreemd. Alles paste nog steeds binnen de opdracht die ik voor me zag.
Pas toen ik terug op het bankje zat, veranderde dat.
Een jongen kwam naar beneden, raakte de mat en sprong meteen opnieuw het touw in.
Mijn mond viel open.
Op dat moment zag ik ineens wat ik had gemist. Je moest zo snel en zo vaak mogelijk het plafond aanraken.
Dat nieuwe beeld was direct duidelijk. Ik hoefde daar niet lang over na te denken.
Het probleem was dus niet dat ik de echte opdracht niet kon begrijpen. Ik had alleen iemand anders nodig om het ontbrekende deel zichtbaar te maken.
Daarna kwam het besef hard binnen.
Mijn trots sloeg om in schaamte.
Van buitenaf zag je alleen het resultaat
De docent kon niet zien welke opdracht er in mijn hoofd zat.
Hij zag alleen dat ik na één klim stopte.
Misschien dacht hij dat ik slecht had geluisterd. Dat ik de opdracht niet serieus nam of te snel tevreden was.
Hij zag niet dat ik alles had gegeven om het plafond te raken.
Hij zag ook niet dat ik ervan overtuigd was dat ik precies deed wat er van mij werd gevraagd.
Dat is iets wat ik vaker herken bij TOS.
De omgeving ziet het gedrag en trekt daar een conclusie uit. Iemand luistert niet, denkt niet na, is ongemotiveerd of handelt impulsief.
Maar het gedrag laat niet altijd zien wat eraan voorafging.
Misschien handelde iemand vanuit een uitleg die anders in zijn hoofd terechtkwam.
Had ik eerst naar de anderen moeten kijken?
Je zou kunnen zeggen dat ik beter even had kunnen wachten.
Als ik eerst naar iemand anders had gekeken, had ik gezien dat de opdracht niet na één klim stopte.
Dat klopt.
Alleen moet je dan wel beseffen dat je informatie mist.
Voor mij was er geen aanleiding om af te wachten. De opdracht was duidelijk en ik was er klaar voor.
Ik was bovendien samen met drie anderen als eerste aan de beurt. Er was dus nog geen voorbeeld waar ik naar kon kijken.
De gesproken uitleg was alles wat ik had.
Met die uitleg en wat ik in de gymzaal zag, bouwde mijn hoofd een logisch beeld.
Dat beeld bleek niet volledig, maar daar kwam ik pas achter nadat ik al had gehandeld.
Eerst laten vertellen wat iemand gaat doen
De vraag “Heb je het begrepen?” had bij mij waarschijnlijk weinig geholpen.
Ik had ja gezegd.
Een andere vraag had meer laten zien:
“Vertel eens wat je zo gaat doen.”
Dan had ik kunnen antwoorden:
“Ik klim omhoog, raak het plafond aan en kom weer naar beneden.”
De docent had dan gehoord dat mijn opdracht na één klim stopte.
Hij had kunnen uitleggen dat ik beneden meteen opnieuw moest beginnen en dat ik dit zo vaak mogelijk moest herhalen.
Niet door de hele uitleg nog een keer te geven, maar door precies het deel toe te voegen dat in mijn beeld ontbrak.
Was het dan geen impulsiviteit?
Dat weet ik niet.
Misschien speelde impulsiviteit ook een rol. Ik begon graag snel en wilde laten zien dat ik het kon.
Maar alleen het woord impulsief verklaart voor mij niet wat er gebeurde.
Het verklaart niet waarom ik na één keer stopte.
Het verklaart ook niet waarom ik trots terugliep naar het bankje.
Daarvoor moet je weten welke opdracht er in mijn hoofd was ontstaan.
Misschien moeten we daarom minder snel beginnen bij het gedrag.
Niet alleen vragen waarom iemand zo snel handelde, maar eerst onderzoeken vanuit welke betekenis iemand handelde.
Dat kan een heel ander verhaal opleveren.
Mijn vraag aan jou
Herken je dat iemand impulsief leek te handelen, maar achteraf een andere uitleg van de opdracht bleek te hebben?
Wat dacht die persoon dat hij moest doen?
En was er op dat moment werkelijk twijfel, of voelde de eigen uitleg volledig duidelijk?



