De onzichtbare filter
De stress loopt op. En het contact met mezelf wordt steeds minder. Waardoor ik mijn verhaal niet meer met overtuiging kan brengen.
De stress loopt op. En het contact met mezelf wordt steeds minder. Waardoor ik mijn verhaal niet meer met overtuiging kan brengen. En omdat ik dat contact kwijt ben, lukt het ook niet meer om verbinding te maken met de ander.
Ondertussen probeer ik de ander te peilen. Hoe staat hij erbij? Heb ik hem nog? Of is hij al afgehaakt? Kom ik nog geloofwaardig over? Mijn gevoel voor woorden raakt onderdrukt. Door angst. En door de zorg voor de ander. Ik verander opnieuw van houding, want ik voel me onrustig. Ik zit niet meer lekker. Mijn onzekere deel neemt het over. En ik merk dat ik niet begrepen word.
Of dat zo is? Dat weet ik eigenlijk niet. Want ik vraag het niet.
Het vervelende is: ik kom daar pas halverwege achter. Terwijl iedereen naar me kijkt. En zich afvraagt: wat probeer je nou te zeggen? Wat is de clou van jouw verhaal? Op dat moment neemt mijn improvisatie het over. Ik probeer me een weg te banen naar het einde van mijn verhaal. En dan zie je het gebeuren: ze staren naar me, verdwaald door mijn woorden. Het is even stil. En daarna pakt iemand anders de draad van het gesprek weer op. Alsof er niets is gebeurd.
Ik weet nooit zeker of ik het goed heb overgebracht. Zeker niet als mensen op die manier naar me blijven kijken. Zonder iets te zeggen. Geen reactie. Geen bevestiging. Geen ‘ik snap je’ of ‘dat is een goed punt’. En dan gebeurt er iets in mij, automatisch: “Hebben jullie het begrepen?” “Snap jij het een beetje?” Met een grapje erbij, een beetje domme humor, alsof ik het zelf ook niet serieus neem.
Maar vanbinnen voelt het leeg en vol van twijfel. Ik dacht toch dat ik de clou dit keer wél goed had overgedragen?
Maar ergens in mij zit een systeem dat het verschil niet kan maken. Ik kan op zo’n moment niet goed aanvoelen of het geland is. Alsof er een onzichtbare filter is die niet goed werkt als er stress op staat. En dan valt alles uit elkaar.


