Iedere keer zeg ik het weer: TOS gaat verder dan alleen taal. Er komt zoveel bij kijken. TOS is een hele beleving op zich, een ervaring die je je nauwelijks kunt voorstellen als je het zelf niet hebt.
Wat ik zie en hoe ik het ervaar, is dat iemand met TOS een andere manier van informatieverwerking heeft. Ik twijfel over het woord ‘probleem’ in deze context. Iedereen is uniek, en toch herkennen we soms dingen in elkaar, in gedrag, in gedachten, in emoties. Maar hoe we de wereld ervaren, is fundamenteel anders. Eerlijk gezegd: die wereld creëren we grotendeels vanbinnen. Via zintuiglijke waarneming, overtuigingen, innerlijke dialogen en de informatie die we tot ons nemen via onze oren, ogen en soms ook neus.
Andere manier van verwerken
Bij TOS wordt die informatie op een andere manier verwerkt dan bij iemand zonder TOS. Daardoor ontstaat er ook een ander perspectief, een andere binnenwereld. ‘Goed’ of ‘fout’ is niet de juiste vraag. Iedereen verwerkt informatie op zijn of haar manier. Daarom voelt het woord stoornis in deze context voor mij als niet passend. Want wat als die manier van verwerken juist mijn unieke manier is om de wereld waar te nemen?
Schakels
TOS zit diep in het brein en heeft gevolgen voor andere processen. Alles werkt samen, als schakels in een ketting die ervoor zorgen dat een woord uiteindelijk wordt uitgesproken. Maar taal draait niet alleen om woorden zeggen. Het gaat ook om inschatten, interpreteren en inleven. Om geluid en spraak te verwerken, zodat je écht met iemand kunt communiceren. Anders ontstaat er miscommunicatie.
Werkgeheugen vol
Wat als mijn werkgeheugen vol zit? Hoe goed werkt mijn auditieve verwerking dan nog? Vormt mijn werkgeheugen een bottleneck tussen wat ik hoor en wat ik begrijp? Wat is het gevolg van mijn gedrag? Ben ik op dat moment nog prettig gezelschap, of ben ik doodop en snel geprikkeld?
Een boek lezen gaat niet zo snel als bij een gemiddelde persoon. Soms moet ik een zin twee of drie keer opnieuw lezen voordat ik hem begrijp. Schrijven is voor mij een drama. De fijne motoriek die erbij komt kijken… het gaat niet soepel en voelt krampachtig. Als ik tegen mezelf zeg: ‘Nu ga ik netjes schrijven’, gaan de eerste twee regels prima. Maar dan wordt mijn hand moe. Mijn gedachten gaan sneller dan mijn pen, waardoor ik letters oversla. Dan moet ik verbeteren, en al dat gekras maakt het natuurlijk niet overzichtelijker..
Volledig concentreren
Bij typen op een toetsenbord gaat het net zo. Ik heb voor deze tekst bijna even vaak op de backspace geramd als een gewone letter getypt. De meeste mensen zullen er niet over nadenken, maar ik moet me volledig concentreren op wat ik schrijf en hoe ik het schrijf. En snel ook! Anders ben ik het kwijt. Volg ik de spelling en grammatica? Begrijp ik die überhaupt wel? Is het nou de of het? Argh! Anderen doen dit veel meer onbewust, waardoor het vanzelfsprekend lijkt.
En dat kost energie. Veel energie. Want omweggetjes bedenken en toepassen zodat ik duidelijk overkom, het is net hordelopen op een circuit. Wij als TOS’sers zijn de Femke Bol van taalproductie – en dan moeten we ook nog slalommen.
Dus ja, misschien merk je het niet aan mij. Maar in mijn hoofd draaien talloze programma’s op volle toeren om ervoor te zorgen dat ik te begrijpen ben.


