Dat is geen makkelijke zin om op te schrijven, maar het is wel hoe het voor mij lange tijd voelde.
Niet altijd. Ook niet overal. Maar wel op momenten waarop iets voor anderen heel normaal leek te gaan en ik vanbinnen vastliep. In gesprekken bijvoorbeeld. Of wanneer ik snel moest reageren. Of wanneer ik precies wist wat ik bedoelde, maar het er niet uitkwam.
Dat is een vreemde plek om te zitten. Want aan de buitenkant lijkt er vaak weinig aan de hand.
Maar vanbinnen voelt het anders.
Alsof je nét een stap achterloopt. Alsof je steeds moet zoeken naar iets wat er eigenlijk al is, maar waar je op dat moment niet bij kunt.
Ik heb dat lange tijd bij mezelf gezocht. Ik dacht dat ik beter moest opletten. Dat ik meer mijn best moest doen. Dat ik sneller moest denken.
Totdat ik erachter kwam dat het geen kwestie was van dom zijn.
Er speelde iets anders.
En dat besef kwam niet in één keer. Dat ontstond langzaam, tijdens de afgelopen jaren waarin ik bezig was met persoonlijke ontwikkeling. Ik ging niet op zoek naar taalontwikkelingsstoornis (TOS). Ik ging op zoek naar mezelf. Maar ergens in dat proces begon ik dingen anders te zien.
Situaties die ik eerst als falen zag, kregen een andere betekenis. Niet omdat ze ineens verdwenen waren, maar omdat ik begon te begrijpen wat eronder zat.
Dat gaf rust.
Niet omdat alles opgelost was, maar omdat ik mezelf minder ging veroordelen. Omdat ik zag dat wat ik ervaar, niet iets is wat ik “fout doe”, maar iets wat bij mij hoort.
En misschien is dat wel de belangrijkste verandering geweest.
Dat ik anders naar mezelf ben gaan kijken.
Dit boek is daar uiteindelijk uit ontstaan. Niet omdat ik een boek wilde schrijven, maar omdat ik merkte dat er dingen zijn die ik zelf heb moeten uitzoeken, waar anderen misschien ook iets aan kunnen hebben.
Niet als oplossing. Maar als herkenning.
Ik ben nu bezig met de laatste stappen richting publicatie.
Wil je op de hoogte blijven wanneer de voorverkoop start, dan kun je je hier aanmelden voor de wachtlijst:



