Ik ging naar het ivbo op Stad en Esch aan de Zuiderlaan, een reguliere vbo-school. Ivbo is het laagste niveau van het vbo-spectrum en staat voor individueel voorbereidend beroepsonderwijs. Het is bedoeld voor leerlingen van twaalf tot zestien jaar die veel hulp en individuele aandacht nodig hebben. Sinds 1998 heet dit leerwegondersteunend onderwijs (lwoo).
[...]
Voor mij waren de klas en de school heel anders dan ik gewend was. Er ontbraken tieners met een hoorapparaat en er werd geen gebarentaal meer gegeven. Het gedrag van de kinderen was anders. De leraar praatte opeens sneller en gebruikte woorden die ik nog niet kende.
[...]
Aan het begin van ons eerste schooljaar werd er tijdens het mentoruur gevraagd hoe wij het vonden om het ivbo te doen. “Schaam je je ervoor en vertel je ook dat je op het ivbo zit?”, vroeg de mentor. Meer dan de helft van de klas reageerde met: “Ja, ik schaam me ervoor en ik vertel het niemand.”
Op dat moment had ik het niet door dat dit stigma zo sterk heerste. Ik had er nooit zo over nagedacht en wist niet wat ivbo was. Ik had geen idee welke niveaus er waren en welke opleidingen op het voortgezet onderwijs werden gegeven. Ik vond het al stoer genoeg dat ik naar de middelbare school ging. Op de vraag reageerde ik dus met: “Nee, ik schaam me er niet voor.”
Naarmate ik ouder werd, begon er wel wat te knagen. Ik begon mezelf af te vragen te stellen: waarom zit ik hier? Omdat ik niet zo slim ben? Het gevoel dat eerst nog naïef-neutraal was geweest, kleurde al snel naar schaamte. Ook ik heb weinig mensen laten weten dat ik ivbo’er was.
Ook ik begon een ivbo-zelfbeeld te ontwikkelen en associeerde mijn tekortkomingen vrijwel direct met deze ‘identiteit’. Op het gebied van spelling en grammatica, maar ook wanneer ik iets niet leek te begrijpen wat anderen wel leken te begrijpen.


