Bij de touwen in de gymzaal leek ik misschien impulsief.
De docent gaf uitleg en ik begon aan de opdracht. Ik klom omhoog, raakte het plafond aan en ging weer naar beneden. Daarna liep ik terug naar het bankje, terwijl de andere jongens opnieuw begonnen.
Voor mij was de opdracht klaar.
Tijdens het avondeten kon ik juist moeilijk blijven zitten. Mijn bord was leeg, maar mijn vader was nog aan het eten. Ik stond op, liep een rondje om mijn stoel en ging weer zitten. Even later deed ik hetzelfde opnieuw.
Dat gedrag kan op ADHD lijken.
Te snel handelen. Niet goed luisteren. Moeite hebben met wachten. Niet stil kunnen zitten.
Toch vraag ik mij af of het gedrag zelf wel genoeg vertelt over wat er in mij gebeurde.
Bij de touwen wist ik wat ik moest doen
Ik begon niet aan de touwopdracht terwijl ik nog twijfelde.
In mijn hoofd was er geen twijfel.
Ik zag de touwen, het plafond en de groene matten. De docent wees omhoog. Met de woorden die ik hoorde en wat ik voor mij zag, ontstond een duidelijke opdracht.
Omhoogklimmen.
Het plafond aanraken.
Weer naar beneden.
Daarna was ik klaar.
Van buitenaf kan dat eruitzien alsof ik te snel handelde. Misschien had ik eerst beter moeten luisteren of moeten wachten tot iemand anders begon.
Alleen dacht ik niet dat ik informatie miste.
Mijn hoofd had al een opdracht gemaakt. Die opdracht voelde volledig. Er was dus geen reden om nog een vraag te stellen of eerst naar de anderen te kijken.
Ik handelde vanuit wat ik begreep.
Het gedrag was zichtbaar, mijn uitleg niet
De docent kon zien dat ik na één klim stopte.
Hij kon niet zien dat de volgende klim niet in mijn hoofd bestond.
Misschien dacht hij dat ik niet goed had opgelet. Of dat ik de opdracht niet serieus nam.
Zelf liep ik juist trots terug naar het bankje. Ik had veel moeite gedaan om het plafond te bereiken en dacht dat ik de opdracht goed had uitgevoerd.
Pas toen ik zag dat een andere jongen beneden kwam en direct opnieuw omhoogging, begreep ik dat er iets ontbrak.
Mijn gedrag veranderde niet omdat iemand de uitleg nog een keer gaf.
Ik zag wat de ander deed.
Toen ontstond het beeld dat tijdens de uitleg niet was ontstaan.
Aan tafel gebeurde iets anders
Tijdens het avondeten was de opdracht wel duidelijk.
Ik wist dat ik aan tafel moest blijven zitten totdat iedereen klaar was. Toch werd stilzitten steeds moeilijker.
Daar zat dus niet hetzelfde misverstand als bij de touwen.
Misschien had mijn hoofd op dat moment al een hele schooldag achter de rug. Een dag met uitleg, opdrachten, gesprekken en situaties waarin ik steeds moest uitzoeken wat er werd bedoeld.
Sommige informatie kwam goed binnen. Andere informatie misschien maar gedeeltelijk. Mijn hoofd moest daar toch steeds iets van maken.
Ik weet niet hoeveel energie mij dat kostte. Als kind hield ik mij daar niet bewust mee bezig.
Aan het einde van de dag voelde ik alleen de onrust in mijn lichaam.
Mijn bord was leeg. Voor mij was het eten klaar. Toch moest ik blijven zitten omdat mijn vader nog niet klaar was.
Ik liep een rondje om mijn stoel en ging daarna weer zitten.
Misschien hielp die beweging mij om de spanning even kwijt te raken.
Hetzelfde etiket past niet automatisch bij iedere situatie
Bij de touwen leek ik impulsief omdat ik vanuit een onvolledige uitleg begon te handelen.
Aan tafel leek ik druk omdat ik niet stil kon blijven zitten.
Aan de buitenkant kunnen beide situaties bij ADHD passen.
Toch was wat eraan voorafging verschillend.
Bij de touwen zat het probleem mogelijk in de betekenis die ik van de uitleg had gemaakt.
Aan tafel kan de onrust zijn ontstaan door alles wat ik die dag al had moeten verwerken.
Wanneer we alleen naar het gedrag kijken, verdwijnt dat verschil.
Dan blijft er over:
Hij begint te snel.
Hij luistert niet goed.
Hij kan niet wachten.
Hij zit nooit stil.
Daarmee beschrijf je wat je ziet, maar nog niet waarom het gebeurt.
ADHD kan nog steeds een rol spelen
Ik wil hiermee niet zeggen dat gedrag bij TOS nooit met ADHD te maken heeft.
Misschien speelde ADHD bij mij ook een rol. Misschien versterken verschillende dingen elkaar. Het kan ook per situatie verschillen.
Waar het mij om gaat, is dat we niet te snel denken dat het zichtbare gedrag de oorzaak al laat zien.
Een kind dat te snel begint, kan moeite hebben met wachten. Het kan ook denken dat de opdracht al volledig duidelijk is.
Een kind dat tijdens de uitleg wegkijkt, kan afgeleid zijn. Het kan ook proberen een woord te koppelen aan wat het in de ruimte ziet.
Een kind dat thuis druk wordt, kan de hele dag al onrustig zijn geweest. Het kan ook pas thuis laten zien hoeveel inspanning de dag heeft gekost.
Het gedrag lijkt misschien hetzelfde.
Wat eronder zit, hoeft dat niet te zijn.
Eerst begrijpen wat er gebeurde
Bij de touwen had iemand mij kunnen vragen:
“Wat ga je doen wanneer je weer beneden bent?”
Dan was duidelijk geworden dat ik terug naar het bankje wilde lopen.
Aan tafel had iemand kunnen vragen wat ik in mijn lichaam voelde. Misschien had ik daar als kind geen goed antwoord op kunnen geven, maar het had wel kunnen helpen wanneer ik even mocht bewegen.
In beide situaties was alleen corrigeren waarschijnlijk niet genoeg geweest.
“Je moet beter luisteren” had de ontbrekende klim niet zichtbaar gemaakt.
“Je moet gewoon blijven zitten” had de onrust in mijn lichaam niet weggenomen.
Eerst moest duidelijk worden wat er in mij gebeurde.
Dat is wat ik met deze reeks probeer te onderzoeken
Deze reeks begon met de vraag of iemand informatie kan missen zonder het missen zelf te ervaren.
Bij de touwen denk ik dat dit bij mij gebeurde. Mijn hoofd maakte met een deel van de uitleg een logisch geheel. Vanuit dat geheel ging ik handelen.
Daarna ben ik gaan kijken naar beelden, woorden, tijd, herhaling en het moment waarop een opdracht in mijn hoofd eindigt.
Ook de onrust aan tafel ben ik anders gaan bekijken.
Misschien zijn dit losse ervaringen. Misschien zit er meer samenhang in. Ik weet dat nog niet.
Wat ik wel weet, is dat het gedrag niet het hele verhaal vertelde.
Achter het stoppen na één klim zat geen gebrek aan inzet.
Achter het rondje om mijn stoel zat niet automatisch onwil.
Er gebeurde iets wat de mensen om mij heen niet konden zien en wat ik zelf ook nog niet kon uitleggen.
Mijn vraag aan jou
Herken je gedrag dat eerst op ADHD leek, maar waarbij later bleek dat taal, onduidelijkheid of overbelasting ook een rol speelde?
Wat zag je aan de buitenkant?
En wat bleek er uiteindelijk vanbinnen te gebeuren?



