Ik ben de afgelopen tijd opnieuw gaan nadenken over hoe mijn hoofd als kind werkte. De aanleiding was het boek De gave van leren van Ronald D. Davis. Hij schrijft over desoriëntatie: het moment waarop iemand door verwarring een andere voorstelling van de situatie maakt.
Ik neem zijn uitleg niet zomaar over. Veel van zijn kennis komt uit de jaren tachtig en negentig en niet alles is wetenschappelijk aangetoond. Toch raakte het begrip desoriëntatie iets wat ik uit mijn eigen leven herken.
Daaruit ontstond deze stelling:
Bij TOS kan een deel van gesproken informatie wegvallen zonder dat iemand bewust merkt dat er iets ontbreekt. Het brein gebruikt wat wél binnenkomt, samen met beelden, context en eerdere ervaringen, om een logisch geheel te vormen. Dat geheel kan compleet voelen, terwijl een belangrijk deel van de bedoelde betekenis ontbreekt.
Dit is geen vastgestelde conclusie. Het is een mogelijke verklaring die ik verder wil onderzoeken.
De afbeelding hieronder laat zien wat er mogelijk in mijn hoofd gebeurde.
De touwen in de gymzaal
In mijn boek Mijn leven met TrOtS beschrijf ik een selectiedag voor een opleiding. We zaten op een bankje in een gymzaal. Voor ons hingen vier dikke touwen vanaf het plafond. Een docent gaf mondeling uitleg en wees naar de touwen en naar boven.
In mijn hoofd was de opdracht duidelijk.
Ik moest in het touw klimmen, het plafond aanraken en weer naar beneden gaan.
Toen ik aan de beurt was, begon ik vol overtuiging. Het klimmen werd steeds zwaarder, maar uiteindelijk kon ik het plafond aantikken. Trots liet ik mezelf weer zakken. Ik stapte op de mat en liep terug naar het bankje.
Daar keek ik naar de anderen.
Zij waren nog bezig.
Een jongen kwam naar beneden, raakte de mat en begon direct opnieuw te klimmen. Toen begreep ik dat ik een belangrijk deel van de instructie had gemist. We moesten zo vaak en zo snel mogelijk omhoog en omlaag klimmen.
Mijn trots sloeg om in verwarring en schaamte.
Voor mij was het geen halve opdracht
Ik herinner mij de gesproken uitleg nauwelijks. Wat ik nog wel voor me zie, zijn de touwen, de matten, het bankje en de muren van de gymzaal.
Misschien bleven vooral de woorden hangen waar ik direct een beeld van kon maken:
jij;
klimmen;
touw;
plafond.
Woorden over snelheid, herhaling, volgorde en tijd zijn veel moeilijker zichtbaar te maken. Denk aan:
opnieuw;
zo vaak mogelijk;
totdat;
binnen een bepaalde tijd.
Misschien keek ik tijdens de uitleg al naar de touwen en het plafond. Mijn hoofd bouwde met de woorden die wel binnenkwamen en met wat ik zag een logisch plaatje.
Dat plaatje voelde compleet.
Ik dacht dus niet:
Ik heb een deel van de uitleg gemist.
Ik dacht:
Ik weet wat ik moet doen.
Dat verschil is belangrijk. Voor de docent kon het eruitzien alsof ik niet goed had geluisterd of de opdracht te snel uitvoerde. Voor mij was er op dat moment geen reden om iets te vragen. Ik was ervan overtuigd dat ik de opdracht begreep.
Wat gebeurt er vóór het gedrag?
Bij kinderen met TOS wordt regelmatig gedrag gezien dat lijkt op impulsiviteit, onoplettendheid of ADHD:
te snel beginnen;
een opdracht anders uitvoeren;
afdwalen tijdens uitleg;
niet alle stappen uitvoeren;
zomaar iets invullen;
onrustig worden wanneer iets niet lukt.
Misschien begint een deel van dat gedrag al tijdens het verwerken van de taal.
Een aantal woorden komt binnen. Andere woorden krijgen minder betekenis of vallen weg. Het hoofd probeert toch samenhang te maken. Vervolgens gaat het kind handelen vanuit de werkelijkheid die in zijn hoofd is ontstaan.
Dat kan een verkeerde interpretatie zijn, maar voor het kind voelt die niet verkeerd.
De kracht die hieronder kan zitten
Het hoofd doet ondertussen iets bijzonders. Het probeert met beperkte informatie toch een bruikbaar geheel te bouwen.
Daar kunnen ook sterke kanten onder zitten:
snel beelden vormen;
verbanden leggen;
context gebruiken;
praktisch denken;
snel tot handelen komen;
creatieve oplossingen bedenken.
Het probleem ontstaat wanneer het gevormde beeld afwijkt van wat de ander bedoelde en niemand dat verschil op tijd ziet.
Dan krijgt het kind te horen:
“Je hebt alweer niet geluisterd.”
Terwijl het kind misschien oprecht denkt:
“Maar ik deed precies wat jij vroeg.”
Dit wil ik samen onderzoeken
De komende weken wil ik op deze plek verder kijken naar vragen als:
Welke woorden roepen wel of geen beeld op?
Kan een bekend woord voor iemand met TOS een andere betekenis hebben?
Hoe ontstaan begrippen als tijd, voorwaarden en gevolgen?
Kan een onvolledig beeld leiden tot gedrag dat impulsief lijkt?
Waarom wordt onrust soms pas later op de dag zichtbaar?
Wat gebeurt er wanneer gesproken taal visueel wordt gemaakt?
Mijn doel is om ervaringen, praktijkkennis en onderzoek bij elkaar te brengen. Uiteindelijk wil ik deze inzichten gebruiken voor een laagdrempelig online programma voor kinderen, jongeren en volwassenen met TOS.
Een omgeving waarin je ontdekt hoe je eigen hoofd werkt, welke informatie bij jou blijft hangen en hoe je zelf kunt controleren of jouw beeld compleet is.
Mijn vraag aan jou
Herken je dit bij jezelf, je kind, leerling of cliënt?
Dat iemand vol overtuiging aan een opdracht begon en pas tijdens of na de uitvoering ontdekte dat een belangrijk deel van de informatie niet was binnengekomen?
Vertel bij je reactie eventueel:
welke leeftijd iemand had;
wat er werd gevraagd;
wat diegene dacht dat de bedoeling was;
wanneer duidelijk werd dat er iets ontbrak;
hoe diegene daarop reageerde.
Ervaringen zijn nog geen wetenschappelijk bewijs. Ze kunnen wel zichtbaar maken welke vragen verder onderzocht moeten worden.



