Als we inclusief onderwijs serieus nemen, hoeveel ruimte is er dan voor leerlingen die anders denken, leren, communiceren of reageren dan we gewend zijn?
Die vraag houdt me bezig. We kunnen zeggen dat iedereen erbij hoort. We kunnen leerlingen bij elkaar in een klas zetten en ondersteuning organiseren. Maar wat merkt een leerling daar op een gewone schooldag van? Wordt hij begrepen? Kan hij meedoen? En krijgt hij de ruimte om aan te geven wat hij nodig heeft, ook wanneer dat even niet uitkomt?
Juist daarom blijf ik hangen bij het woord eigenaarschap. Een leerling moet eigenaar worden van zijn leerproces. Verantwoordelijkheid nemen, keuzes maken, plannen en reflecteren. Begrijpelijke wensen. Al vraag ik me soms af wanneer het eerste functioneringsgesprek volgt.
Ik wil ook dat kinderen ontdekken dat ze invloed hebben op hun leren. Alleen vind ik het belangrijk om te onderzoeken welke invloed we hun werkelijk geven. En of we onder eigenaarschap inmiddels zoveel verstaan dat we niet meer duidelijk hebben wat we eigenlijk willen ontwikkelen.
Een leerling kan zijn opdrachten keurig afmaken en ondertussen nauwelijks durven aangeven dat iets te veel is. Een ander kan precies weten waar hij vastloopt, terwijl het zelfstandig plannen nog niet lukt. Wie van die twee laat volgens ons de meeste ontwikkeling zien?
Dat hangt nogal af van waar we naar kijken.
Wat bedoelen we met die woorden?
Leiderschap, persoonlijk leiderschap en eigenaarschap hebben met elkaar te maken. Toch gebruik ik ze liever niet alsof ze hetzelfde betekenen.
Leiderschap gaat voor mij over samen richting geven en iets voor elkaar krijgen. Dat kan een schoolleider doen, een leraar of een leerling. Bijvoorbeeld door een vastgelopen samenwerking op gang te helpen of ervoor te zorgen dat iemand die weinig zegt toch wordt gehoord.
Persoonlijk leiderschap gaat over bewust richting geven aan je eigen handelen. Daar horen voor mij vragen bij als: wat vind ik belangrijk? Wat kan ik? Waar loop ik vast? Welke grenzen heb ik? Wat heb ik nodig en hoe kan ik dat duidelijk maken? En ook: wat betekent mijn keuze voor een ander?
Eigenaarschap gaat over je betrokken voelen bij iets, invloed ervaren en verantwoordelijkheid nemen voor je bijdrage. Dat kan een opdracht zijn, een leerdoel of iets wat je met de klas organiseert.
Dat onderscheid helpt mij om verder te kijken dan wat er aan het einde van een les af is. Een leerling die vraagt om een andere uitleg, kan heel bewust bezig zijn met zijn eigen leren. Iemand die aangeeft dat een samenwerking niet goed loopt, kan juist verantwoordelijkheid nemen. Ook als dat betekent dat de leraar even moet helpen.
Zelfstandig werken is waardevol. Jezelf begrijpen en weten wanneer je iemand nodig hebt, vind ik minstens zo belangrijk.
Een woord kan wel erg veel gaan betekenen
In een artikel van CPS kwam ik deze formulering tegen: “de weg naar eigenaarschap. Of liever: naar persoonlijk leiderschap”.
Bij dat ‘of liever’ blijf ik hangen. Daar worden twee begrippen wel heel gemakkelijk aan elkaar gekoppeld. Terwijl ik juist wil weten waar het verschil zit en wat dat betekent voor de leerling.
Tegelijk zou het te gemakkelijk zijn om te zeggen dat het onderwijs persoonlijk leiderschap helemaal niet kent. Er zijn scholen die er nadrukkelijk mee werken. Ook binnen sociaal-emotionele ontwikkeling is aandacht voor jezelf begrijpen, omgaan met anderen en keuzes maken.
Mijn vraag is vooral wat daarvan overblijft tijdens de gewone lessen. Je kunt met leerlingen uitgebreid praten over grenzen aangeven. Maar wat gebeurt er wanneer een leerling tijdens rekenen zegt dat hij vastloopt of een andere aanpak nodig heeft?
Dan begint het oefenen voor de volwassenen.
Misschien kan niet wat hij vraagt. Misschien zijn er andere mogelijkheden. Maar krijgt zijn signaal een serieus gesprek, of wordt het vooral gezien als iets wat de voortgang ophoudt?
Eigenaar van een vooraf ingevuld plan
Stel dat het leerdoel vaststaat, de opdracht vaststaat, de deadline vaststaat en de manier van beoordelen ook. De leerling mag zelf kiezen met welke opdracht hij begint.
Die keuze kan nuttig zijn. Hij oefent bijvoorbeeld met plannen. Alleen vind ik het nogal een stap om daar meteen eigenaarschap over het hele leerproces van te maken. We hoeven een keuzemenu niet meteen te voorzien van een eigendomsakte.
Een school heeft natuurlijk doelen, afspraken en verantwoordelijkheid voor de groep. Leerlingen kunnen niet alles zelf bepalen. Maar wees dan duidelijk over de ruimte die er wel is. Waarover mag een leerling meedenken? Wat staat vast? En kan zijn inbreng ook leiden tot een andere aanpak?
Dat wordt interessant wanneer een leerling iets voorstelt wat wij nog niet hadden bedacht. Hij wil op een andere manier laten zien wat hij weet. Hij heeft een andere volgorde nodig. Of hij merkt dat de gebruikelijke manier van samenwerken voor hem niet werkt.
Daar hoeft niet automatisch toestemming op te volgen. Wel nieuwsgierigheid. Hoe komt hij daarbij? Wat probeert hij op te lossen? En zouden we samen iets kunnen uitproberen?
Als we alleen tevreden zijn met eigen initiatief wanneer het precies binnen ons plan past, moeten we misschien wat bescheidener zijn over de vrijheid die we bieden.
Persoonlijk leiderschap hoort ook bij rekenen
Wat mij betreft loopt persoonlijke ontwikkeling door de gewone lessen heen. Dat betekent niet dat iedere rekensom moet eindigen met een gesprek over je diepste gevoelens. We mogen de breuken ook gewoon afmaken.
Maar een moeilijke opgave biedt wel de mogelijkheid om iets over jezelf te leren. Merk je wanneer je vastloopt? Wat doe je dan? Probeer je een andere aanpak, ga je raden of durf je hulp te vragen? Een leraar kan daarin veel laten zien door zelf hardop te denken en rustig met fouten om te gaan.
Bij een groepsopdracht komen andere vragen naar voren. Krijgt degene die het snelst praat vanzelf de meeste invloed? Hoe zorgen we dat iemand die meer bedenktijd nodig heeft ook iets kan bijdragen? En wat doen we als twee leerlingen het oneens zijn?
Ook bij het bespreken van een verhaal kun je verder kijken. Waarom begrijpt de ene leerling een situatie anders dan de andere? Wat staat er werkelijk? Wat vult iemand zelf in? Welke informatie ontbreekt nog?
Dat zijn voor mij momenten waarop leerlingen met de lesstof bezig zijn en tegelijk zichzelf en elkaar leren begrijpen. Soms vraagt dat uitleg. Soms een andere werkvorm. Soms alleen een leraar die even doorvraagt in plaats van meteen een conclusie te trekken.
Ik zou willen dat we zulke momenten bewust gebruiken. Dan krijgt persoonlijk leiderschap betekenis in wat leerlingen dagelijks meemaken.
Jezelf begrijpen is pas een deel van het verhaal
Weten wat jij nodig hebt, betekent nog niet dat je begrijpt waarom een ander iets anders nodig heeft. Daar moeten we ook aandacht aan besteden.
Voor inclusief onderwijs vind ik dat essentieel. Een leerling krijgt extra uitleg. Een ander mag op een rustige plek werken. Iemand heeft meer tijd nodig om te antwoorden. Hoe praten we daarover? Begrijpen leerlingen dat eenzelfde opdracht verschillende moeilijkheden kan opleveren?
Vanuit mijn ervaring met TOS vind ik vooral de ruimte om iets duidelijk te maken belangrijk. Wat als je wel merkt dat een aanpak niet werkt, maar nog moeilijk kunt uitleggen waarom? Mag je nadenken, iets laten zien of later op de vraag terugkomen?
En wat leren de andere leerlingen op zo’n moment? Dat ze even kunnen wachten? Dat iemand ook iets kan bijdragen als het antwoord niet onmiddellijk komt? Dat hun eigen manier van denken niet de enige manier is?
Daarvoor hoeft niemand zijn hele persoonlijke verhaal aan de klas te vertellen. Je kunt verschillen bespreekbaar maken en tegelijk iemands privacy respecteren.
Ik zie daarin een mogelijkheid om beter te leren samenwerken. Leerlingen kunnen ontdekken hoe hun bijdragen elkaar aanvullen. Dat is wat ik met synergie bedoel: samen iets kunnen bereiken doordat verschillende mensen iets inbrengen.
De leerling die ondersteuning krijgt, heeft daarin zelf ook iets te bieden. Die hoort net zo goed bij het gezamenlijke leren.
Veiligheid is meer dan een rustige klas
Mijn hoop is dat deze manier van werken bijdraagt aan meer begrip en een veiliger gevoel in de klas. Maar ik zou niet willen beloven dat er dan vanzelf harmonie ontstaat. Leerlingen zullen het oneens blijven, elkaar verkeerd begrijpen en soms botsen.
Voor mij gaat het erom wat er dan gebeurt. Kun je zeggen dat iets je raakt? Mag je terugkomen op wat je eerder zei? Wordt er ingegrepen wanneer iemand wordt uitgelachen of buitengesloten?
Een klas waarin niemand tegenspreekt, lijkt misschien prettig overzichtelijk. Daarmee weten we nog niet hoeveel leerlingen hun mond houden omdat ze bang zijn voor de reactie.
Veiligheid kan daarom niet iets zijn wat leerlingen eerst zelf moeten verdienen door voldoende sociale vaardigheden te ontwikkelen. Ze hebben betrouwbare volwassenen, bescherming en duidelijke grenzen nodig om te kunnen oefenen. Daar begint de verantwoordelijkheid van de school.
Dat vraagt ook iets van de leraar zelf. Kun je erkennen dat je iemand verkeerd hebt begrepen? Kun je laten zien hoe je van mening verandert wanneer je nieuwe informatie krijgt? Leerlingen zien tenslotte ook hoe wij omgaan met onze eigen fouten.
Hoeveel ontwikkeling vragen we van het systeem?
We vragen leerlingen om flexibel te zijn, te reflecteren en verantwoordelijkheid te nemen. Dan mogen we die vragen ook stellen aan het onderwijs zelf.
Hoe flexibel zijn onze manieren van uitleggen en beoordelen? Welke ruimte krijgen leraren om een andere aanpak te proberen? Is deskundige ondersteuning beschikbaar? En kan wat een leerling vertelt daadwerkelijk iets veranderen aan de manier waarop de school werkt?
Als een aanpak telkens vastloopt, wil ik ook kijken naar die aanpak. Anders krijgt de leerling er met eigenaarschap vooral een verantwoordelijkheid bij: zelf leren omgaan met onderwijs dat onvoldoende aansluit. Vervolgens noemen we het een ontwikkelpunt wanneer dat niet lukt.
Een leraar kan dit ook niet in zijn eentje oplossen. Tijd, ondersteuning, professionalisering en schoolbeleid moeten het mogelijk maken om zorgvuldig aan te sluiten bij verschillen. Een visie waarin alles belangrijk is, geeft nog geen antwoord op wat er op dinsdagochtend kan.
Daarom wil ik duidelijker zijn over eigenaarschap en persoonlijk leiderschap. Welke verantwoordelijkheid vragen we? Welke invloed geven we? Wat helpen we een leerling ontwikkelen? En wat moeten we als volwassenen zelf anders organiseren?
Ik wil onderwijs waarin leerlingen zichzelf beter leren begrijpen, hun mogelijkheden leren gebruiken en oog ontwikkelen voor de mensen om hen heen. Dat vraagt meer dan een ander woord in het schoolplan. Het moet merkbaar zijn in de lessen en de dagelijkse omgang.
Want we kunnen leerlingen iedere dag vertellen dat ze mogen groeien als persoon. Hoe reageren we wanneer die groei zichtbaar wordt in een behoefte, een inzicht of een keuze die nog niet in onze planning stond?
Verder lezen
Deze pagina’s sluiten aan bij de vragen en gedachten in dit artikel:


