In de vorige post schreef ik over de woorden die tijdens de uitleg van de touwopdracht mogelijk een beeld bij mij opriepen.
Ik zag de touwen voor me. Ik wist wat klimmen was en kon het plafond van de gymzaal zien. Daarmee ontstond in mijn hoofd een duidelijke opdracht: naar boven klimmen, het plafond aanraken en weer naar beneden.
Dat deed ik ook.
Pas toen ik terugliep naar het bankje zag ik dat de anderen opnieuw omhooggingen. Je moest blijkbaar zo snel en zo vaak mogelijk het plafond aanraken.
Dat hele deel had ik gemist.
Misschien had ik de woorden van de docent niet gehoord. Het kan ook zijn dat ik ze wel hoorde, maar dat de betekenis ervan niet goed in mijn hoofd terechtkwam.
Een woord kan bekend klinken
Een kind kan een woord al vaak hebben gehoord. Het kan dat woord zelfs zelf gebruiken. Voor de omgeving lijkt het dan alsof het kind begrijpt wat het betekent.
Toch hoeft dat niet zo te zijn.
Neem het woord opnieuw.
Ik wist waarschijnlijk best dat opnieuw zoiets betekende als: nog een keer. Als iemand mij los had gevraagd wat het woord betekende, had ik misschien het juiste antwoord gegeven.
Maar tijdens de uitleg moest ik meer doen dan alleen het woord herkennen.
Ik moest begrijpen dat ik na het afdalen niet klaar was. Ik moest beneden meteen het touw opnieuw vastpakken en weer omhoogklimmen. Daarna moest ik hetzelfde nog een keer doen. En nog een keer, totdat de tijd voorbij was.
Het woord opnieuw moest dus onderdeel worden van een hele reeks.
In mijn hoofd stopte de reeks na één klim.
Ik klom omhoog.
Ik raakte het plafond aan.
Ik ging naar beneden.
De opdracht was klaar.
Er was geen volgend beeld.
De woorden klonken eenvoudig
Hetzelfde geldt voor zo vaak mogelijk.
Dat zijn woorden die bekend klinken. Toch is de betekenis behoorlijk ingewikkeld.
Het ging bij de opdracht niet alleen om klimmen. Het aantal keren telde. Ik moest begrijpen dat één keer omhooggaan slechts het begin was. Ik moest zo snel mogelijk naar boven en naar beneden, zodat ik binnen de beschikbare tijd zoveel mogelijk klimmen kon maken.
Daarvoor moest ik tijd, snelheid en herhaling samenbrengen.
Misschien waren die woorden voor mij nog niet goed gevuld.
Een woord krijgt betekenis door wat je ermee meemaakt. Eerst is het alleen een geluid. Later komt er een beeld, een ervaring of een gevoel bij. Hoe vaker je het woord in verschillende situaties tegenkomt, hoe groter de betekenis wordt.
Bij een woord als touw gaat dat vrij makkelijk. Je kunt een touw zien en aanraken. Je weet hoe het voelt en wat je ermee kunt doen.
Bij opnieuw ligt dat anders.
Je kunt het niet vastpakken. Je ziet het woord zelf nergens in de gymzaal hangen. Je moet aan de hand van de situatie begrijpen wat opnieuw moet gebeuren, wanneer je opnieuw moet beginnen en wanneer je uiteindelijk mag stoppen.
Misschien had ik daar op dat moment nog geen volledig beeld bij.
Een eigen betekenis
Dat betekent niet dat het woord helemaal leeg was.
Mijn hoofd kan er een eigen betekenis aan hebben gegeven die in veel situaties goed genoeg werkte.
Opnieuw betekende misschien: nog een keer als iemand dat vraagt.
Zo snel mogelijk betekende misschien: niet treuzelen.
Binnen de tijd betekende misschien dat de docent ergens een klok bijhield, zonder dat dit iets veranderde aan wat ik zelf moest doen.
Met zulke betekenissen kun je een zin voor een deel volgen. Het valt pas op wanneer de opdracht vraagt om een preciezer begrip.
Bij de touwen was het verschil groot.
De andere jongens voerden een conditietest uit. Ik voerde één klimopdracht uit.
We zaten in dezelfde gymzaal. We zagen dezelfde touwen en hoorden waarschijnlijk dezelfde docent. Toch ontstond er in mijn hoofd een andere opdracht.
Voor mij was de opdracht klaar
Voor de docent kon het lijken alsof ik niet had opgelet. Of dat ik de opdracht niet serieus nam.
Zelf was ik juist trots.
Ik had alles gegeven om dat plafond te kunnen aanraken. Toen dat lukte, zakte ik rustig naar beneden en liep tevreden terug naar mijn plek. Voor mijn gevoel had ik de opdracht voltooid.
Daarom sloeg mijn trots ook zo snel om in schaamte toen ik zag dat de anderen doorgingen.
Ik ontdekte niet alleen dat ik iets verkeerd had gedaan. Ik ontdekte dat de opdracht die in mijn hoofd zo duidelijk was, blijkbaar nooit de volledige opdracht was geweest.
Een controlevraag zegt niet altijd genoeg
Een vraag als:
Weet je wat opnieuw betekent?
had dit waarschijnlijk niet opgelost.
Misschien had ik gewoon geantwoord:
Nog een keer.
Dat antwoord zou goed hebben geklonken. Toch zat dat nog een keer niet in de opdracht die ik voor me zag.
Een andere vraag had meer laten zien:
Wat doe je wanneer je weer beneden bent?
Dan had ik waarschijnlijk gezegd dat ik terug naar het bankje zou lopen.
Op dat moment was duidelijk geworden dat mijn eindpunt ergens anders lag dan dat van de docent.
Mijn vraag
Daarom vraag ik mij af hoeveel woorden kinderen met TOS kennen, zonder dat de volledige betekenis op het juiste moment beschikbaar is.
Een woord kan bekend klinken. Het kan zelfs goed worden uitgelegd. Toch kan de betekenis in een langere zin wegvallen, te klein zijn of anders worden ingevuld.
Het kind hoort dan niet zomaar niets.
Het maakt met de betekenis die het heeft een eigen versie van de opdracht. Die versie kan logisch en volledig voelen, totdat de werkelijkheid laat zien dat er iets ontbreekt.
Herken je dit?
Dat een kind een woord duidelijk kende, maar tijdens een opdracht toch iets anders bleek te begrijpen?
En welk woord was dat?



