De onzichtbare drempel in een klas van dertig
Wanneer je hoofd het weet, maar je mond weigert.
In mijn boek neem ik je mee in de realiteit van TOS. Niet de klinische realiteit van logopedische testen, maar de gevoelsrealiteit van alledag.
Vandaag deel ik een passage over iets dat dagelijks honderden keren gebeurt op scholen. Het moment tussen ‘weten’ en ‘zeggen’. Voor de buitenwereld lijkt het een stil kind. Van binnen is het oorlog.
“Mijn dochter zit in een klas met dertig kinderen. De juf geeft topografie en vraagt hoe de hoofdstad van Duitsland heet. Haar hoofd weet het antwoord en terwijl ze wel graag het antwoord wil geven, ziet ze de andere kinderen ongeduldig hun vinger boven hun hoofden naar het plafond wijzen.
Ze twijfelt. “Zou ik het doen?” “Wat als ik het verkeerd zeg?”
Ondertussen kan ze niet stilzitten. Haar lichaam wordt onrustig, want dat wil graag dat ze het antwoord geeft. Haar benen trappelen en schudden heen en weer en ze wipt van de ene op de andere bil. De stoel kraakt en schuift. Om haar heen ziet ze kinderen die bijna van de stoel springen om het antwoord te geven. Zou zij ook…?
Nee, haar vinger blijft omlaag.
Ze denkt terug aan een eerder moment waarop ze antwoord gaf terwijl iedereen naar haar keek. Ze zei het antwoord, maar ging binnensmonds en met de verkeerde klemtoon. De mond wilde niet meewerken. Het leek wel gebrabbel van een dronkenman. Het was even stil, alsof haar antwoord eerst vertaald moest worden. De klas barstte daarna in lachen uit.
Ze voelde zich vreselijk en ze schaamde zich diep. “Dat wil ik nooit meer meemaken”, denkt ze. “Ik probeer niet op te vallen. Straks krijg ik toch de beurt. Ik hou me onzichtbaar.” Terwijl de juf haar aankijkt, draait ze haar hoofd snel de andere kant op, hopend dat ze niet wordt gezien.”
De term ‘taalontwikkelingsstoornis’ (TOS) is relatief nieuw; sinds 2014 gebruiken we deze naam. Vroeger, vanaf de jaren negentig, heette het ‘ernstige spraaktaalmoeilijkheden’ (ESM) en daarvoor ‘spraakproblemen’.
Hoe je het beestje ook noemt, de stoornis is er altijd geweest. In elke klas van dertig blijven gemiddeld twee kinderen met een TOS onopgemerkt, waardoor zij niet de juiste ondersteuning krijgen.
Dit fragment laat zien waarom inclusief onderwijs meer vraagt dan alleen een open deur. Het vraagt om ogen die zien wat er niet gezegd wordt. In onze community en met de stichting werken we aan tools om deze kinderen weer zichtbaar te maken.



Zo herkenbaar! Dit kom ik ook tegen bij leerlingen die ik als ambulant begeleider begeleid. De leerkracht moet weten hoe dit werkt, dan kan er rekening mee worden gehouden!